Free YouTube Transcribe

Video transcript

E1: Architectuur, paragraaf 1 en 2: Lagen en lagen herkennen

Justin Rademaker · 5,108 words · 24 min read

Want to search this transcript, jump the video from any line, or download it as TXT, SRT, or VTT?

Open in the transcript tool

Full transcript

0:01Oké, deze presentatie ga ik geven. Die

0:04gaat over ehm paragraf 1 en 2. Het

0:06herkennen van drie drieelag model en het

0:08herkennen van drieel model. En daar ga

0:11ik nu mee beginnen. Ehm allereerst is

0:14het goed om te benoemen dat er best wel

0:16veel verschillende ja digitale apparaten

0:18bestaan. Dat zijn apparaten die gebruik

0:20maken van computer, van de computer

0:22eigenlijk, die een computerchip

0:24bijvoorbeeld in zich hebben. Nou, we

0:25kennen allemaal de personal computer, de

0:27pc, maar ook de smartphone is er één.

0:30Maar ook bijvoorbeeld de thermostaat eh

0:32die bij de verwarming zit, die checkt

0:33hoe warm het is en dan besluit van oké,

0:35moet ik het dan warmer maken of kouder?

0:37En bijvoorbeeld koffiezetapparaat met

0:39allemaal verschillende kofferset

0:40programma's. Eh ja, daar moet ook wat

0:42intelligentie achter zitten om zo'n eh

0:45ja, goed bakje koffie te kunnen zetten,

0:46zeg maar.

0:47Nou, dit zijn dus best wel verschillende

0:50apparaten, maar toch hebben ze een

0:51aantal dingen met elkaar gemeen. En wat

0:53ze allemaal met elkaar gemeen hebben,

0:54daar gaan we deze presentatie ook

0:55hebben.

0:57Allereerst is kun je is het goed om te

0:59weten dat je eh ja, al die eh ja,

1:02computers of apparaten kan onderverdelen

1:04uit ten eerste hardware en dit zijn alle

1:07computeronderdelen die je als het ware

1:09kan aanraken. Het heet letterlijk hard,

1:11dus het is hard, je kan het aanraken. En

1:14where dat komt eh ja komt uit het

1:16Latijns, maar in het Nederlands zou je

1:17kunnen zeggen het lijkt op waren. Eh

1:19oftewel goederen of wat dan ook. Eh

1:22uiteindelijk hardware betekent dus

1:23gewoon de computer onderdelen die je kan

1:27aanraken die eh die echt bestaan fysiek.

1:30Het de tegenhanger daarvan is software.

1:33Dit is dus ook wel zacht zeg maar. Dit

1:35kun je ook niet aanraken. En dit zorgt

1:37voor de aansturing van het apparaat. Ehm

1:40eigenlijk is dit gewoon programmeercode,

1:42dus ik kan het wel laten zien. Stel we

1:43hebben hier eh een code editor. Ik kan

1:46bijvoorbeeld iets programmeren van mijn

1:48functie zoiets en dan eh print eh hallo

1:53class of zoiets. En dan hier eh dit gaan

1:55jullie allemaal nog leren hoor hoe eh

1:57programmeren nou precies werkt. D even

1:59een voorbeeld. Zo. Als ik dan dit

2:01uitvoer dan

2:04gaat de computer dit doen. Werkt dit?

2:07Ja. Ho, hallo class bijvoorbeeld staat

2:09hier nu onderaan. Nou, er is dus eh een

2:11stukje eh software is dit. Dit zijn

2:14instructies die ik aan de computer heb

2:15gegeven. Ik heb tegen de computer

2:17gezegd: "Ik wil dat jij eh dit

2:18uitvoert." Computer leest dat en die

2:20zegt: "Oké, dan ga ik dat doen." En al

2:23deze programmeercode, oftewel

2:24instructies voor de computer, dit noemen

2:26we ook wel software. Zoals je ziet, ik

2:28kan het niet aanraken, want het is

2:30eigenlijk niet echt tastbaar, maar het

2:31is wel degelijk eh ja, iets een

2:34onderdeel van het computersysteem.

2:38En mocht je dit nou een ingewikkeld

2:39verhaal vinden over software, ja, dat

2:41hoeft dus eigenlijk niet. Software is

2:42eigenlijk een heel simpele term. Ehm

2:45alle computerprogramma's, alle games eh

2:48die je hebt, dat is software. Dat

2:50bestaat namelijk allemaal uit eh

2:51programmeercode. Dus je magister app, je

2:54agendaapp, dat soort dingen. Ehm als ik

2:56van een ander iemand wil weten wat voor

2:58soort agenda app diegene bijvoorbeeld

2:59heeft, kan ik zeggen van wat voor

3:01software gebruik jij voor je agenda?

3:03Oftewel, wat voor app gebruik jij? Dus

3:06dat is eh even simpel gezegd wat

3:08software is.

3:12Nou, nu heeft fundament het over het

3:14drie laag model. En dit is iets wat nog

3:16best wel vaak terug gaat komen dit

3:17hoofdstuk. Dus die wil ik even goed

3:19uitleggen.

3:21Allereerst is dit een model zoals ik al

3:23zei. Nou, wat is nou eigenlijk precies

3:25een model? Waar komt dat woord vandaan?

3:28Nou, een model is in feite, als ik het

3:30even ingewikkeld zeg, een representatie

3:33van de werkelijkheid. vaak een

3:34versimpelde representatie van de

3:36werkelijkheid. Eh ik kan denk ik goed

3:39uitleggen aan hand van een voorbeeld

3:40hier bijvoorbeeld een model trein. Dit

3:42is een model van een echte NSIN. En als

3:46een model heel goed is, nou dan kun je

3:49dus ook echt in dit treintje kijken en

3:51die banken en dergelijke die kloppen dan

3:53precies zoals het ehm in het echt zou

3:55zijn. En daarmee representeert het de

3:58werkelijkheid. Oftewel, het doet de

3:59werkelijkheid eigenlijk na

4:02eh maar vaak op een simplere manier, in

4:04dit geval eh iets kleiner.

4:08Ehm jullie kennen ongetwijfeld ook eh

4:10die fashion modellen, die modellen die

4:12op catwalks eh lopen. Ja, dat is

4:14eigenlijk ook een representatie van de

4:16werkelijkheid, want daar eh de jongens

4:18of meiden die dat dragen, ja, die

4:21representeren de mensen in de echte

4:23wereld die kleren zouden kunnen dragen.

4:25Eh vaak zijn het dan wel knappe mensen,

4:28goed uitzien mensen, want dan vinden het

4:29ook nog leuk om er naar te kijken. Maar

4:31in feite is dat waar het woord model

4:33vandaan komt. En hier hebben we ook een

4:35model omdat wij hiermee in kaart willen

4:38brengen. Dus dit is een tekeningetje,

4:40modelletjes kunnen ook tekeningetjes

4:41zijn omdat we hiermee in kaart willen

4:43brengen hoe de meeste computersystemen

4:45eigenlijk werken.

4:47En dat kunnen wij best wel aardig vangen

4:49met deze drie lagen die je hier ziet. Eh

4:52ik ga die lagen even uitleggen en die

4:53pijltjes, daar kom ik later op terug.

4:55Allereerst kunnen we zeggen dat

4:57eigenlijk alle computersystemen bestaat

5:00bestaan ook uit hardware. We noemen dit

5:02de fysieke laag. Ehm dit kan

5:04bijvoorbeeld de eh een muis zijn of een

5:06beeldscherm, maar ook de de processor,

5:08de CPU of het RAM geheugen, dat soort

5:11dingen. Dus als jij eh iemand bent die

5:14eh werkt aan eh Ramgeheugen van

5:16computers, dan kun je op een

5:17verjaardagsfeesten zeggen: "Ja, ik werk

5:19in de fysieke lager." Zeg maar zo zou je

5:22dat kunnen zeggen. En iemand anders die

5:23dit model dan kent, die denkt van: "Oh,

5:25nou, dan weet ik precies wat jij doet."

5:28Eh helemaal bovenaan ga ik eerst even

5:30naartoe. Daar heb je de

5:31toepassingenlaag. Dit gaat over dit

5:33bestaat uit software, dus

5:34programmeercode. En dit gaat dus over

5:36het ehm ja, schrijven van applicaties,

5:39apps. Bijvoorbeeld het Magister. Stel je

5:42programmeert het magister, dan werk jij

5:44op dat moment in de toepassingenlaag.

5:46Nou, wat is dan die logische laag? Laat

5:48daar tussen Nou, als ik eh eventjes naar

5:52mijn bureaublad gaan, stel ik start mijn

5:54computer op, dan kan ik al van alles

5:57doen hier. Ik kan klikken op dingen. Ehm

6:01mijn computer is überhaupt al opgestart

6:03zonder dat ik ook nog maar één

6:04applicatie heb geopend. Dus die

6:06toepassingenlaag. Ja, stel hè je werkt

6:09dus aan de software die ervoor zorgt dat

6:11ik mijn computer kan opstarten, dat ik

6:13eh zo'n bureaublad heb. Ja, dat is geen

6:16toepassing op zichzelf. Dat is geen app.

6:18Dat is niet één van deze dingen. Nee,

6:20dat bestaat dan werk je in de logische

6:23laag. Want de logische laag is de

6:25software die ervoor zorgt dat de

6:29toepassingenlaag eh uitgevoerd kan

6:31worden. Dat de toepassingenlaag de

6:34hardware kan aansturen. Dat kan niet

6:36zomaar. Als ik een computer opstart, dan

6:38heb ik kan ik niet alleen maar het

6:40magister hebben. Nee, daar zit een

6:41besturingssysteem nog onder. Eh en de

6:45loosslaag bij gewoon normale computers

6:47enzo bestaat ook meestal vooral uit het

6:49besturingssysteem. Wat is dan een

6:51besturingssysteem? Nou eh jullie kennen

6:54er ongetwijfeld wel heel veel. Windows,

6:56Android, iOS, Chrome, OS. We gaan het

6:59later nog hebben over wat het

7:00besturingssysteem precies doet. Maar

7:01even in het kort een besturingssysteem

7:03die zorgt voor dat je eh bestanden op op

7:05je computer kunt opslaan en die zorgt

7:08voor dat ik überhaupt op een app kan

7:10klikken, zodat die app daarna wordt

7:12opgestart. Ehm die regelt alles

7:15eigenlijk alles om de toepassingen heen.

7:19Dus we hebben de fysieke laag gehad, de

7:22hardware, de toepassinglaag, de apps en

7:23de logische laag. Meestal

7:24besturingssysteem, maar dat zorgt dus

7:26voor dat de toepassingen eh ja,

7:29überhaupt de hardware kunnen aansturen.

7:31En dat is ook software.

7:33Goed, als we even naar een smartphone

7:35kijken, wat zouden dan eh voor wat

7:37zouden dan voorbeelden kunnen zijn in de

7:39fysieke laag? Nou, bijvoorbeeld de accu

7:41eh dat is dus eh iets wat je kan

7:43aanraken, de touchscreen, de camera

7:45enzovoort. Die is niet zo moeilijk. Die

7:48logische laag is dus wat ingewikkelder,

7:50maar dat eh is dus bijvoorbeeld de

7:52besturingssysteem. Dat is software

7:54waarmee eh onder andere de hardware

7:56aangestuurd kan worden.

7:59En de toepassingenlaag. Nou, wat zijn

8:00gewoon wat zijn apps op een smartphone?

8:02We kennen ze wel eh maar gister

8:04bijvoorbeeld Airport City ken ik zelf

8:05niet, maar dat zou ongetwijfeld ook een

8:07app zijn.

8:09Je kan ze dus kopen bij de Apple op de

8:11App Store of bij de met Android volgens

8:13mij op de Play Store. Of misschien is

8:15dat Chomo dat weet ik niet zeker.

8:18Oké. Nou, we hebben het gehad over die

8:21eh lagen. We moeten ook nog even kijken

8:23naar die pijltjes. Wat beteken dan die

8:25pijltjes in dit model? Nou, om dat uit

8:27te leggen ga ik eerst even uitleggen wat

8:29het woord interface betekent.

8:32Een interface is in feite je hebt

8:35verschillende soorten. Hardware

8:36interfaces, software interfaces, user

8:38interfaces. Een interface is iets dat

8:41ervoor zorgt dat twee verschillende

8:42dingen met elkaar kunnen eh ja

8:45communiceren of interactie met elkaar

8:46kunnen hebben, met elkaar kunnen praten,

8:48hoe je het maar wil zien. Eh een

8:51interface bijvoorbeeld tussen mij en

8:54mijn computer is eh de muis, het

8:57toetsenbord, dit bureaublad wat je hier

8:59ziet. Want doordat deze interface er is,

9:02dit ding dat ervoor zorgt dat ik in de

9:05computer met elkaar kunnen praten, kan

9:07ik op een app klikken. Bijvoorbeeld

9:10Google Chrome.

9:12Als dit er niet was geweest, dan had ik

9:14niet kunnen interacteren met de

9:16computer. Oftewel, had ik niet eh kunnen

9:18communiceren met de computer, want eh

9:20ja, dan had ik niks kunnen doen. Een

9:22interface zorgt ervoor dus voor dat twee

9:23verschillende dingen met elkaar kunnen

9:25communiceren.

9:26Voordat we dit hadden, zo'n bureaublad

9:28met knopjes enzo, hadden we eh eigenlijk

9:31vooral dit, de command line. Hier werkt

9:35de programmeurs dan in. En dit is ook

9:38een interface, ook een manier om met

9:39computer te praten. Ik kan hier

9:40bijvoorbeeld een commando geven en dan

9:43krijg ik hier van alles.

9:47Ehm nou, dus een interface is eh wat ik

9:50al zei eh heb ik nu al uitgelegd, maar

9:52er zijn verschillende soorten

9:53interfaces.

9:55En we beginnen even met de hardware

9:56interfaces. Nou, hardware interfaces dat

9:59zijn eh de dingen die het mogelijk maken

10:02voor twee verschillende hardware

10:04onderdelen om met elkaar te

10:05communiceren. Dus we hadden al gezien

10:07dat die hardware onderdelen, dat waren

10:09dus van die fysieke computeronderdelen

10:10die je kon aanraken. Alles wat er dus

10:13voor zorgt dat eh die twee eh signalen

10:15naar elkaar kunnen sturen zijn hardware

10:17interfaces. En meestal gebeurt dat met

10:20elektronische verbindingen.

10:22Eh een voorbeeld is de verbinding tussen

10:23de geheugen en de processor. En om even

10:26te laten zien wat dat is, ehm hier heb

10:29ik een voorbeeld van een moederboard. En

10:31eh dit gaan we later gaan we hier nog

10:33diep op in, maar dit zie je in bijna

10:34alle computers wel terug. Hier zit de

10:36processor. Dit is het eh ehm het brein

10:39van de computer. En eh die zorgt dat

10:42alles geregeld wordt en die stuurt alles

10:43aan. En hier zie je de RAM. Dit zijn nu

10:46nog gleuven, maar hier kun je wel echt

10:48ramuger instoppen. En die twee moeten

10:50heel vaak met elkaar communiceren. En eh

10:53je ziet dus ook wat verbindingjes

10:55daarussen. Zo tussen die twee. Eh dat

10:57gaat dus met elektriciteit. Nou, en die

10:59verbindingen, dat is dan dus een

11:01hardware interface tussen de processor

11:03en het RAMgeheugen.

11:08Nou, een voorbeeld van een hardware

11:10interface is een connector. En

11:12connectoren die zorgen voor bekabelde

11:14verbindingen tussen apparaten. Eh jullie

11:16kennen de ongetwijfeld eh al best wel

11:18een aantal. Ik zal eens even een plaatje

11:20ervan laten zien. Bijvoorbeeld de USB.

11:23Eh het dingetje dat je hier ziet, de

11:25plug noemen we dat, dat is een ehm

11:28connector en dat is dus dan ook een

11:31hardware interface. Ook de port waar je

11:34het instopt, dat is ook onderdeel van

11:36die interface. Nou ehm hier even een

11:41vraagje aan jullie. Hoe kan het zijn dat

11:45elke muis die je in de computer stopt

11:48dat die computer dat gewoon begrijpt?

11:50dat eh ik kan elke muis kopen van

11:52Mediamarkt. Kijk, de computer die is

11:54ooit gemaakt en ik kan gewoon een ander

11:56computeronderdeel kopen, erin stoppen en

11:59ik kan muizen. Stel nou dat ik een een

12:01muis op eh ja, op mijn zonnekkamertje

12:04had gemaakt zonder ooit maar te praten

12:06met Dell in dit geval,

12:08eh zou die computer dan zomaar begrijpen

12:11hoe mijn zelfgem gemaakte muis werkt,

12:14hoe die die moet aansturen? Nou nee, dat

12:16is natuurlijk niet zo. Wat er vaak

12:18gebeurt is dat wanneer je zo'n onderdeel

12:20aansluit, zoals een muis of een

12:21beeldscherm of toetsbord, dan zit daarin

12:24als stukje software een eigenlijk een

12:27handleiding

12:28die je meegeeft aan de computer. Die

12:31computer die leest die handleiding en

12:32weet dan vanaf dan: oké, blijkbaar moet

12:35ik op die manier eh de muis aansturen of

12:37het beeldscherm of het toetsenbord. Dus

12:40dat stukje handleiding noemen we een

12:42driver. Misschien heb je wel eens gezien

12:44eh op je computer dat een driver

12:46geïnstalleerd moest worden of iets

12:47dergelijks. Eh hier zie je ook een

12:50plaatje over eh dat een driver geüpdate

12:52moet worden. Nou, dat is dus die

12:54handleiding die vertelt hoe je die aan

12:56kan sturen. En dan wil ik nog wel even

12:59zeggen dat een driver hoeft niet altijd

13:01echt in ehm zo'n randapparatuur te

13:05zitten bijvoorbeeld hoeft niet per se in

13:06de muis te zitten. Vaak zijn die drivers

13:09ook al beschikbaar op het internet. En

13:12zo'n eh apparaat zoals bijvoorbeeld een

13:14muis die vertelt dan de computer. Dus

13:17dat zit dan wel echt in die muis. die

13:19vertelt dan de computer waar die ehm die

13:22driver op het internet kan vinden. En de

13:24computer downloadt dan vaak dat stukje

13:25software, die driver van het internet en

13:29weet dan op die manier hoe die de muis

13:30aan moet sturen. Eh want dat is ook

13:33bijvoorbeeld hoe zo'n driver geüpdate

13:35kan worden.

13:38En daarmee hebben we meteen iets nieuws

13:39geleerd over dat modelletje die we

13:41hadden bekeken, die drie lagen model. Eh

13:44want die pijltjes hier die stellen dus

13:47een interface voor tussen twee lagen. En

13:50die drivers die wij net hebben gezien,

13:52dat was dus een eh interface tussen de

13:55fysieke laag, bijvoorbeeld de muis of

13:58het beeldscherm en tussen het

14:00besturingssysteem. En dat valt onder de

14:03logische laag.

14:04Eh dus wij kunnen hier driver

14:08neerzetten. En dat die die communicatie

14:11kan dus wel van zowel van zo als naar zo

14:14ehm

14:16als eh een interface tussen die twee

14:18lagen.

14:21Nou, nu hebben we hardware interfaces

14:22gehad. Dat laten we zien hoe dat zijn

14:24dus een verbinding tussen twee hardware

14:27onderdelen. We hebben ook ehm een

14:29gebruikersinterface gezien. Dat is

14:32bijvoorbeeld dit. En dat zorgt ervoor

14:33dat ik als gebruiker kan communiceren

14:35met de computer. Als ik bijvoorbeeld op

14:37een knopje druk, dan gebeurt er hier

14:39iets. Ehm en dan zou je het kunnen zien

14:43als dat al die knopjes bij elkaar en

14:45alles wat je ziet, dat maakt samen de

14:47interface, want dat geeft mij een soort

14:49menukaart van dingen die je kan doen.

14:51Nou, nu is het zo dat je hebt ook

14:53software interfaces en dat zorgt ervoor

14:56dat twee verschillende software

14:58onderdelen met elkaar kunnen

14:59communiceren. oftewel twee verschillende

15:01apps met elkaar kunnen praten. Ehm ik ga

15:04uitleggen wat het is. Allereerst eh wil

15:06ik even bedoelen dat hij ook API's

15:08worden genoemd. En API staat voor

15:11application programming interface. Dus

15:13je werkt aan een applicatie, je bent aan

15:14het programmeren en je hebt behoeft aan

15:16een interface. Nou dan spreekt het woord

15:18eigenlijk al van zich en dat noemen we

15:19dus afkort een API.

15:22Ik ga jullie nu uitleggen wat een API

15:24is. Eh ik ga er best wel veel bij halen

15:27om dat jullie duidelijk te maken. Eh ook

15:29een voorbeeldje echt met

15:30programmeercode. Dat hoeven jullie niet

15:32allemaal precies te onthouden of na te

15:34kunnen doen. Eh alles wat ik nu ga

15:36vertellen is om jullie eh duidelijk te

15:39maken wat een API is. Dus zolang je weet

15:41wat een API is, is het allemaal oké.

15:44Ik ga jullie eerst vertellen hoe apps

15:47eigenlijk met elkaar communiceren en

15:48wanneer dat handig is. En dan ga ik

15:50uitleggen hoe een API werkt. Ehm en dat

15:54ga ik nu doen.

15:57Ehm nou allereerst het zou bijvoorbeeld

15:59kunnen hè. Stel we hebben onze eigen

16:01applicatie. Die zijn we nu aan het

16:02schrijven. We hebben hier al allemaal

16:04code gedaan. We hebben allemaal mooie

16:05dingen gemaakt. En op een gegeven moment

16:07willen we ook dat onze applicatie het

16:09weerbericht kan laten zien. Het huidige

16:11weerbericht van Delft. Nou eh we kunnen

16:14nu deze applicatie helemaal uitbreiden

16:16en heel veel dingen toevoegen, zodat wij

16:18zelf het weer kunnen bijhouden. Maar

16:20waarschijnlijk bestaat dat al. Het

16:22bestaat echt al wel ergens op het

16:23internet zo'n weer applicatie. Nou, wat

16:25we dan kunnen doen is in plaats van

16:27hetzelfde schrijven sturen we gewoon een

16:29berichtje naar die weerplicatie.

16:32En vaak moeten we daar geld voor betalen

16:34om dat te mogen doen. En die

16:35weerplicatie die bekijkt dat dan en die

16:38eh stuurt ons dan een berichtje terug.

16:42eh met de huidige weergegevens. En met

16:44die gegevens kunnen wij dan weer verder

16:45aan de slag. Dan kunnen wij bepalen dat

16:47we het willen laten zien bijvoorbeeld.

16:49Dit is in grote lijnen hoe het werkt eh

16:51om te communiceren tussen twee apps. En

16:53ik ga gewoon even laten zien eh een

16:55praktisch voorbeeld ga ik jullie laten

16:57zien. Eh ik heb zelf namelijk eh dit

17:00echt nu net geprobeerd met het weer

17:02bericht. Dit haal ik even weg. Stel we

17:05hebben onze eigen code eh programma.

17:07Hier staat eh hier komt het weerbericht.

17:10Dan willen we die hier plaatsen. Ja, dan

17:11moeten we dus nog even een applicatie

17:13vinden op het internet. Wat we kunnen

17:15doen is we kunnen gewoon googlen eh

17:17weather API of zoiets en laten we gewoon

17:20de bovenste kiezen. Die heb ik net ook

17:22gekozen. Dit is dus blijkbaar een

17:24applicatie die ons allemaal gegevens wil

17:27sturen als we daarom vragen. Als we even

17:30naar beneden scrollen, dan zien we hier

17:32ook een soort menukaart ehm

17:35met alle soorten gegevens die we kunnen

17:36opvragen. bijvoorbeeld de huidige

17:39weerdata eh de uur uurlijke weerdata van

17:42de komende vier dagen of van de komende

17:4416 dagen, de dagelijkse enzovoort. Nou,

17:47dit lijkt een klein beetje op die

17:50knopjes die we hier zagen in de zin van

17:53het is een menukaart, we hebben keuzes.

17:56Oké. Nou, ik wil eh dat mijn applicatie

17:58kan praten met deze applicatie. Dus ik

18:00ga even kijken hoe dat moet. De API doc,

18:02oftewel de documentation. Daar staat

18:05altijd uitgelegd hoe dit werkt. Nou, dit

18:07is altijd best wel ingewikkeld. Ehm maar

18:11eh ik hou het even simpel. Hier staat

18:14how to make een API call. Oftewels,

18:16leggen ons uit welke programmeercode

18:18moeten wij in ons eigen programma zetten

18:20om eh ja, die data op te kunnen vragen.

18:23En dat is dus deze. Nou, je moet ook nog

18:26een paar dingen vervangen. Heb ik

18:28allemaal al geregeld. Dus we gaan gewoon

18:30hier naartoe. Ik plak het erin.

18:32Uiteindelijk komt het hierop neer. Ik

18:34heb een paar dingen bij toegevoegd, maar

18:35dat maakt niet zoveel uit.

18:37Eh als wij deze code ehm

18:40in onze applicatie zetten dan en we gaan

18:43hem uitvoeren, dan gaat onze computer

18:45een berichtje sturen naar die website,

18:47naar die app. Die stuurt ons dan een

18:49berichtje terug met de weergegevens van

18:50dit moment. Ik ga hem gewoon runnen. En

18:53zoals je ziet hier, dit krijgen wij

18:55terug. Dit komt uit die website. Nou,

18:57dit is natuurlijk heel moeilijk om te

18:58lezen voor mensen, maar computers kunnen

19:00dit mak best wel makkelijk lezen. Eh je

19:03ziet hier wel wat dingen terug. Je ziet

19:04bijvoorbeeld hier clouds, dus

19:06waarschijnlijk is het bewolkt. Hier zie

19:08je iets van broken clouds, dus het is

19:10waarschijnlijk bewolkt, maar dan nog wel

19:12met wat gaten ertussen enzovoort. Nou,

19:15dat is dus hoe wij hebben gecommuniceerd

19:17met die andere app.

19:20Wat is dan nou precies die API? Nou,

19:22zoals je ziet, mensen die communiceren

19:26met de computer door op zo'n ding te

19:28klikken, op een knop. Maar applicaties

19:31die communiceren met een andere

19:33applicatie door een stukje code eh te

19:36gebruiken en dan dus op die manier over

19:39het internet een berichtje te sturen.

19:41Dit zou je dus een beetje kunnen zien

19:43als dat knopje van ons. Maar dan is het

19:45voor een applicatie een stukje code. Dat

19:47noemen we een API. We hebben heel veel

19:49keus. Ik zei al, we hebben een soort

19:50menu. Dus we hebben hier nog een keus

19:52voor de komende vier dagen. Dat is weer

19:54een ander stukje code. Die ziet er net

19:56iets anders uit.

19:57En dan hebben we ook weer deze en al die

20:00dingen bij elkaar. Dat noemen we de

20:02interface, want op die manier kunnen we

20:04dus communiceren. Eh dit en dus de

20:07software achter de schermen voor ehm die

20:10applicatie hier die dit allemaal

20:12mogelijk maakt. Dat noemen we de

20:14application programming interface.

20:18Nou, nu heb ik een voorbeeld gegeven van

20:21iets wat heet een web interface. Oh

20:23sorry, web API hier. Eh en dat heet zo

20:27omdat het over het internet ging. Het

20:29ging helemaal naar een website ergens.

20:31Eh dan noemen we het een web eh API. Nu

20:34is het zo dat niet alle eh berichten

20:37naar andere applicaties over het

20:38internet hoeven te gaan. Stel namelijk

20:41dat je een applicatie schrijft voor een

20:43Android telefoon en je wilt gebruik

20:46maken van de camera. Nou, de camera's

20:49worden altijd geregeld door het

20:50besturingssysteem. Dus je wilt praten

20:53met het besturingssysteem om dat te

20:55regelen met die camera. Eh dat betekent

20:58dus dat je gebruik moet maken van de API

21:01van dat besturingssysteem. Bijvoorbeeld

21:03Android die eh biedt een API aan

21:06waardoor je als appontwikkelaar eh ja

21:09verzoeken kan doen aan het

21:10besturingssysteem. Dus dan doe je nog

21:11steeds van jouw vanuit jouw applicatie

21:13naar een andere applicatie, namelijk het

21:15besturingssysteem. En op die manier kun

21:17je dan daarmee communiceren. En eh die

21:21een goed voorbeeld daarvan is dus als je

21:22gebruik wil maken van de camera. Want je

21:24kan niet zomaar als appontwikkelaar even

21:27regelen dat als een gebruiker de app

21:29opent dat je dan meteen de camera

21:31aanzet, want dan zou je mensen stiekem

21:33kunnen bespeden. Nee, hoe dat gaat is je

21:36besturingssysteem die regelt dat altijd.

21:38Dus je doet een verzoek eh aan het

21:40besturingssysteem, dus via die API. En

21:44dan eh wat Android vaak doet is die laat

21:47dan een pop-up zien aan de gebruiker en

21:49die zegt van: "Wil je de app toestemming

21:51geven om de camera aan te zetten?" Dan

21:52zegt hij dan zegt hij ja en dan regelt

21:55Android de rest. En er zijn ook nog wat

21:57andere redenen waarom je eh sommige

21:59dingen via de eh API van

22:01bestuuringssysteem moet doen, maar daar

22:03gaat fundament zelf dieper op in.

22:05En daarmee kunnen we direct ons

22:06modelletje aanvullen. Want ehm wat wij

22:10hier zagen was dus dat zo'n API

22:13communiceert tussen de loogste laag, in

22:16ons geval tussen het besturingssysteem

22:18en de toepassinglaag met al die apps.

22:20Dus bijvoorbeeld als zo'n app zo'n

22:21camera wil aansturen, dan communiceert

22:23hij eh eh met de besturingssysteem. Dus

22:27hieronder kunnen we zetten of hiertussen

22:30en ik gebruik even als voorbeeld de

22:31Android API, maar dit kan ook een andere

22:34API zijn. bijvoorbeeld eh de als je iOS

22:36gebruikt kan het een iOS API zijn of

22:39iets dergelijks.

22:41Ehm en dan wil ik ook nog eventjes

22:43zeggen dat eh we hebben nu in dit model

22:45heel mooi met die pijlen zien we

22:47interfaces tussen twee lagen, maar er

22:49bestaan natuurlijk ook interfaces gewoon

22:51die binnen laag vallen. Alleen die komen

22:52in dit model niet zo mooi naar voren.

22:55Maar wat we bijvoorbeeld hadden gezien

22:56met die hardwars inter sorry die

22:58hardware interfaces ehm ja dat waren dus

23:01interfaces tussen twee hardware

23:02onderdelen en dat val allemaal dus

23:04binnen één laag en dat kan dus ook.

23:08En de user interface daar hebben we het

23:10al even over gehad. Dat is een interface

23:12tussen de gebruiker en de computer. Ik

23:14zal ze even laten zien. Eh we hadden

23:16bijvoorbeeld die command line interface.

23:18Dat was dat ene met dat tekst wat ik

23:19liet zien. We hebben iets later in de

23:22tijd kwam ook de graphical user

23:24interface. Dat is de de GOI noemen we

23:26het ook wel. Eh en hier heb je dus

23:28knopjes en een mooi beeld enzo. Daarom

23:30heet het ook grafisch. En tegenwoordig

23:32wat helemaal opkomt met AI en dergelijke

23:34is de eh voice user interface. En dan

23:37kun je je stem gebruiken om te

23:39communiceren met computer.

23:43Hier nog twee voorbeelden eh waarmee we

23:45eh waarin we het lage model terugzien.

23:48We beginnen even met het bespreken van

23:50een computer netwerk. En een

23:51computernetwerk is eigenlijk hoe het

23:53internet werkt. Je hebt allemaal

23:54verschillende computers die zijn

23:56verbonden met kabels enzo. Op verre

23:58afstand zelfs eh kabels diep onder de

24:01zee. En die sturen signalen naar elkaar

24:03van de ene computer naar de andere

24:05computer. En ja, dat is hoe ze dan

24:07communiceren. Dat noemen we een netwerk.

24:09Het grootste netwerk is natuurlijk het

24:10internet.

24:12Als we kijken naar de fysieke laag. Nou,

24:14dat is dus alle eh hardware die die eh

24:17dat internet of dat netwerk mogelijk

24:18maakt. Dus dat zijn bijvoorbeeld kabels,

24:20de routers, de de switches, al die

24:23dingen.

24:25Als we kijken naar de logische laag dan

24:27nou sowieso die eh software op de

24:29apparaten die zijn of wacht, laat ik

24:31eerst even die eh toepassingenlaag

24:32pakken. Die toepassingenlaag van dat

24:34netwerk zijn dus die ja in het in in het

24:37voorbeeld van fundament noemen ze even

24:39de websites en de applicaties. Dat zijn

24:41dus de de dingen waar je het eigenlijk

24:43uiteindelijk voor doet die je gebruikt.

24:45Maar om die websites en applicaties

24:47mogelijk te maken eh heb je dus ook nog

24:49software nodig die dat die ja die

24:51daarbij helpt. Het gaat dus om die

24:53software op die apparaten zelf eh zoals

24:56de bijvoorbeeld het besturingssysteem,

24:57maar ook bijvoorbeeld

24:58internetprotocollen.

25:00Een voorbeeld van een internet

25:01netwerkprotocol is een stukje software

25:04die bepaalt hoe een berichtje van de ene

25:08computer verzonden wordt naar de andere

25:10computer. Want ik kan wel allemaal

25:12informatie uit mijn computer sturen,

25:14maar als een andere computer niet weet

25:15hoe die informatie aan gaat komen, kan

25:17die daar ook niks mee. En deze

25:18netwerkprotocollen, ja, die zorgen

25:20ervoor dat alles op precies dezelfde

25:22manier als het ware wordt ingepakt, al

25:24die informatie. En dan weet een

25:26ontvangende computer precies wat hij ehm

25:29ja eh hoe die het moet ontvangen. Dus

25:31dat is ook iets wat nodig is om dit

25:33allemaal mogelijk te maken, die

25:35applicaties. Dus dat is ook een logische

25:37laag, want je kan hier aan werken. Het

25:40is software, je kan hier echt aan

25:41werken, maar dan werk je alsnog niet aan

25:43de website ofzo. Dan werk je aan iets

25:44anders, maar draagt wel bij.

25:48Dan hebben we ook nog website en web

25:49applicaties. Ehm ja, dit hou ik even

25:53kort anders wordt het wel heel veel.

25:54Maar op het internet heb je twee rollen.

25:57Twee verschillende computers hebben

25:59verschillende rollen. Je kan een client

26:01zijn en dan vraag je om informatie of

26:04hulp of geef je een opdracht aan een

26:06ander computer en je kan een server

26:08zijn. En dan ontvang je verzoeken om

26:11iets te doen of om informatie te geven

26:13of wat dan ook. Eh hele normale

26:15computers kunnen een service zijn. Ehm

26:17ook kunnen ook hele grote computers

26:18zijn,

26:20maar het is meer een rol.

26:22Nou en als we nou even kijken naar eh

26:24drie lagen model als je die willen

26:26toepassen op de rol van de client, nou

26:28dan beginnen we natuurlijk bij de

26:29fysieke lager weer met apparaat van de

26:31gebruiken. Gewoon die

26:32computeronderdelen. Die hebben we die

26:33hebben we nodig. Dat is de hardware. Eh

26:35ik ga heel even direct naar de

26:36toepassinglaag. Als we kijken echt naar

26:38websites en web applicaties, dan gaat

26:40het uiteindelijk om de website of web

26:41applicatie. Dat is de toepassing, de app

26:43zeg maar als het ware of de web app.

26:46Nou, de loag, wat maakt het dan mogelijk

26:49om die website te laten zien? Nou,

26:50allereerst de besturingssysteem, maar

26:53ook de webbrowser. Eh je kan dus als een

26:55software engineer aan een webbrowser

26:57werken. Dan werk je aan software, maar

26:59dan werk je aan iets anders dan waar het

27:01daadwerkelijk om gaat, namelijk de

27:02websites of de web applicaties. En

27:04daarom scharen we het onder de logische

27:06laag.

27:07Nou, nu is de webbrowser natuurlijk zelf

27:09op zichzelf ook een applicatie en je zou

27:11hem ook in een toepassingenlaag kunnen

27:13zetten, maar dat kan dan alleen als wij

27:15ook eh de drieelag model toepassen

27:18vanuit het perspectief dat we de web

27:20browser in als app zien eh op zichzelf

27:23waar het uiteindelijk om gaat. Maar nu

27:25hebben we het even over websites en web

27:26applicaties. En dan is dit een stuk

27:28stukje software die dus wordt eh die dus

27:31ondersteunt eh om de web applicaties eh

27:34website te kunnen laten zien. Als we

27:36kijken naar het perspectief van de

27:37server, dus diegene die de opdrachten

27:40krijgt, nou dan zijn het ook weer

27:42computers die al server dienen voor de

27:44eh fysieke laag. En voor de logische

27:46laag zien we nu ineens heel veel dingen.

27:48We zien het besturingssysteem, maar ook

27:50data management eh database management

27:52systeem. Dit is ook software die je

27:54gebruikt om een applicatie mogelijk te

27:57kunnen maken. En bijvoorbeeld software

27:59die aanvragen afrond en daarvoor

28:00programmacode uitvoert. Ehm enzovoort.

28:04Heel even voor de duidelijkheid

28:05trouwens, een database management

28:06systeem zorgt ervoor is software dat

28:08ervoor zorgt dat heel veel data

28:09opgeslagen kan worden en ook weer

28:11opgevraagd kan worden. Maar ehm hier

28:13gaan jullie allemaal later nog eh mee

28:15aan de slag eh met client, server,

28:17internet. Het is puur even om eh een

28:20demonstratie te geven van hoe kunnen we

28:23het drielag model toepassen op

28:25verschillende dingen. En ook hier is

28:27weer die toepassing, de website en web

28:29applicatie.

28:32En dat was deze presentatie van deze

28:35paragrafen.

Recently added transcripts

Browse the whole transcript library

This transcript was generated from the captions YouTube publishes for this video. Get the transcript of any YouTube video atfreeyoutubetranscribe.com, free, unlimited, no sign-up.